Een leeg hoofd

Wanneer had je het voor het laatst? Een leeg hoofd. Van een plancoach zou je nu toch verwachten dat die meestal een leeg hoofd heeft? Niets is minder waar. Ik weet soms ook van geen hout pijlen te maken.

Je herkent het wel. Je komt na een dag werken thuis. Je partner begint je in geuren en kleuren te vertellen wat er die dag op zijn of haar werk is gebeurd. Het enige waar jij kan aan denken is: "Mijn hoofd zit zo ongelooflijk vol, stoooooooooooooooooooop!"

Wanneer coachees voor plancoaching bij me binnenkomen en me zeggen dat ze het gevoel hebben dat hun hoofd helemaal vol zit, is dat voor mij heel herkenbaar.

We hossen constant van het één naar het ander. We willen iedereen tevreden stellen. Zijn het niet onze collega's, het is onze partner, het zijn onze kinderen, onze vrienden, de hond, de kat of de parkiet. Er is altijd wel een reden om een tandje bij te steken, om nog iets extra op ons bord te leggen.


Tijdens workshops rond planning en organisatie breng ik vaak het verhaal van de professor die een bokaal vult met keien. Hij vraagt zijn studenten of na het vullen van de bokaal de bokaal nu vol is. Zijn studenten denken van wel. Niets is minder waar. Nadat hij de bokaal achtereenvolgens met kiezelstenen, zand en water vol heeft gegoten, komen ze al snel tot de constatatie dat we er eigenlijk altijd nog iets bijkrijgen, in die bokaal. We stampen hem zodanig vol, dat we niet meer weten wat het onderscheid is tussen onze keien en ons zand. Tussen wat écht belangrijk is en wat er eigenlijk niet toe doet. Het geraakt er altijd nog wel bij... Hier kan je het filmpje zien, laat het maar eens bezinken :-)


Ons geheugen bestaat uit 3 grote onderdelen: het sensorisch geheugen, het werkgeheugen (of kortetermijngeheugen) en het langetermijngeheugen. Het geheugen waar we dagdagelijks mee onthouden wat we moeten doen, is ons werkgeheugen. Dat werkgeheugen kan slechts 7 verschillende dingen op hetzelfde moment vasthouden. ZEVEN. Wist je dat? Dat betekent dat ons werkgeheugen eigenlijk zeer beperkt is in capaciteit. We overbelasten dat onophoudelijk. Met heel veel prikkels. Met heel veel input. Heel eigen aan dat ingenieuze systeem, is dat als dat werkgeheugen helemaal vol zit, het oudste eerst verdwijnt. Dat betekent dat hoe halsstarrig je ook iets probeert te onthouden, je werkgeheugen bij te veel prikkels gewoon niet meer kan volgen. Of je krijgt het gevoel dat je helemaal niets meer opneemt. Je wordt immuun voor extra prikkels. Omdat de vakjes in je werkgeheugen simpelweg overvol zitten.


In de tijd van 'De bende van Jan De Lichte' waren er een stuk minder prikkels. De belangrijkste dingen waar mensen mee bezig waren waren overleven, onderdak zoeken, eten, drinken en zich voortplanten. Het aantal prikkels dat we nu elke seconde binnenkrijgen is fenomenaal. Het tart de verbeelding. We laten onze kinderen hele dagen staren naar een scherm en stampen hun werkgeheugen nu al vol met informatie die hen heel moe maakt en compleet overprikkelt.


Uiteraard willen we blijven functioneren in de werkelijkheid waar we vandaag in leven. We willen het hoofd boven water houden en voldoen aan alle eisen die we onszelf stellen. Maar niet ten koste van alles. Niet ten koste van een brein dat we helemaal aan het overbelasten zijn.

Geef dat brein van jou wat ademruimte. Laat het voldoende rusten. En dat kan je op zoveel verschillende manieren doen. Ik geef je er een paar die voor mij heel goed werken. Pik er die uit die voor jou aantrekkelijk lijken:

  1. Doe elke week een braindump. Schrijf letterlijk van je af wat allemaal vooraan in je gedachten zit. Dat kunnen dingen zijn die je moet doen, dingen die je al lang voor je uitschuift, dingen die je onrustig maken en dingen waar dringend iets moet mee gebeuren. Beslis over die dingen. Organiseer ze in een systeem en pak ze aan.

  2. Neem bewust pauzes. Laat je brein rusten. Ga wandelen onder de middag in plaats van een half uur op facebook alle posts van je vrienden te checken. Als je de mijne gelezen hebt ben je al een heel eind ;-)

  3. Beperk je schermtijd. Als je al een hele dag op een scherm zit te turen, doe dan 's avonds iets anders. Zet niet dat televisiescherm aan. Speel een spelletje, ga sporten of praat met elkaar.

  4. Leer 'Ja, als' te zeggen wanneer mensen je iets vragen. Bewaak de capaciteit van je werkgeheugen, ga niet overal altijd instant op in. Later kan ook nog. Jij hebt altijd vrije keuze.

Succes!